Geef je kleding een taak
Leg eerst klaar wat je al hebt. Een onderlaag helpt zweet van je huid af te voeren, een tussenlaag geeft isolatie en een buitenlaag beschermt tegen het weer. Die functies hoeven niet elk in een apart kledingstuk te zitten. Een gevoerde jas combineert bijvoorbeeld bescherming en warmte, maar die warmte kun je er onderweg niet afzonderlijk uit halen.
Maak naast je stapel voor vertrek een plek voor pauzekleding en reserve. Zo zie je meteen of alles wat je hebt óók aan moet, of dat een deel juist in de rugzak hoort. Voor een gewone winterdagwandeling heb je daarmee een bruikbaarder vertrekpunt dan met een vast aantal lagen. Voor extreme kou en bergtochten is een afzonderlijk plan nodig.
1. Stel je outfit samen vanuit je wandeling
Bepaal vóór je je aankleedt hoe je wilt lopen. Een stevig tempo met korte stops vraagt een andere verdeling dan rustig wandelen en lang vogels kijken. Kijk ook naar regen en wind onderweg, niet alleen naar het weer bij de voordeur.
Bovenlijf: kun je iets uitdoen?
Kies een onderlaag en leg daar een losse warme laag bij. Beslis vervolgens welke bescherming het weer vraagt. Vraag bij ieder extra kledingstuk: wanneer trek ik dit uit, en waar stop ik het dan? Als je die vraag niet kunt beantwoorden, wordt aanpassen onderweg lastig.
Je hoeft de materiaalkeuze hier niet helemaal uit te zoeken. De gids over thermo-ondergoed helpt bij de onderlaag. Twijfel je over de functie van je buitenjas, lees dan wat een softshell jas is.
Benen: pas de combinatie, niet alleen de broek
Begin met je wandelbroek. Een lange onderlaag is een mogelijkheid als je extra warmte wilt, geen automatisch wintervoorschrift. Trek beide samen aan en buig door je knieën. Kun je nog een hoge stap maken en zit de taille prettig?
Houd bij verwachte regen ook rekening met een regenbroek over die combinatie. Wie nog een broek moet kiezen, kan verder bij de wandelbroeken. Voor je kledingplan telt vooral of de gekozen lagen samen passen en aan kunnen blijven tijdens bewegen.
Handen, hoofd en voeten: controleer de bediening
Leg muts en handschoenen bij je outfit. Probeer met je handschoenen aan een jasrits te openen en je rugzak los te maken. Gebruik je een dunne onderhandschoen, test dan ook de combinatie met je buitenhandschoen. Je wilt onderweg kunnen schakelen zonder eerst je halve uitrusting af te leggen.
Pas je sokken in de schoenen waarmee je gaat lopen. Een dikker paar moet er daadwerkelijk bij passen; controleer de ruimte bij je tenen. De uitleg over welke wandelsokken je nodig hebt gaat daar verder op in. Sokken, schoenruimte en droge wisselkleding komen ook terug in Mammuts winterwandelgids.
2. Verdeel je kleding over lopen, pauze en rugzak
Gebruik deze situaties om je stapels te controleren. Het zijn vertrekkeuzes, geen temperatuurrecepten. Je eigen warmtebehoefte blijft meetellen.
| Je wandeling | Zo verdeel je de kleding |
|---|---|
| Koud en droog, stevig doorlopen | Kies een loopcombinatie waaruit een warme laag weg kan. Houd extra isolatie beschikbaar voor de stop. Pak die apart van een eventueel droog reserveshirt. |
| Nat en winderig | Geef weersbescherming een plek in je loopplan, ook voor je benen. Houd pauzekleding en reserve droog verpakt. Bedenk vooraf waar je de regenbroek kunt aantrekken zonder eerst alles uit te pakken. |
| Rustig tempo of veel stilstaan | Plan meer isolatie rond de momenten waarop je weinig beweegt. Houd ook hier iets uitneembaars in je combinatie. Leg de pauzelaag bovenin, zodat een korte kijkstop geen zoektocht wordt. |
Loop je bijvoorbeeld stevig naar een uitkijkplek waar je een tijd wilt blijven staan? Leg de kleding voor die stop klaar vóór je vertrekt. Je loopoutfit en je kijkoutfit hoeven niet gelijk te zijn.
3. Schakel voordat je kleding je inhaalt
Wacht met aanpassen niet tot je doorweekt bent of al een tijd koud zit. De ANWB adviseert bij het drielagensysteem om vóór een rustmoment iets extra’s aan te trekken en lagen weg te nemen vóór je te warm wordt.
- Open ventilatie of neem een isolerende laag weg als je warm begint te worden. Onder een waterdichte jas kun je bij inspanning alsnog klam worden.
- Trek je pauzelaag aan vóór je aan een langere stop begint. Haal hem dus tevoorschijn vóór je je lunch uitpakt.
- Trek regenbescherming aan voordat je gewone kleding doorweekt raakt. Vergeet daarbij je broek niet.
- Controleer na het hervatten opnieuw hoe de combinatie voelt. De extra laag van de lunch hoeft niet de hele terugweg aan te blijven.
Leg de pauzelaag boven je lunch. Zo kom je hem tegen op het moment dat je stopt, in plaats van nadat je al zit te eten.
4. Pak droge reserve apart in
Geef je pauzelaag en je wisselkleding ieder een duidelijke plek. Een droog shirt of reservepaar sokken kan passen bij een langere of nattere wandeling. Kies wat je meeneemt aan de hand van de duur, omstandigheden en mogelijkheden om beschutting op te zoeken. Er is geen vast reservepakket dat voor iedere dagwandeling klopt.
Verpak kleding die droog moet blijven in een gesloten waterdichte binnenzak. Alleen een hoes over de rugzak is geen reden om droge reserve los tussen je spullen te leggen. Houd ook een aparte zak beschikbaar voor natte kleding, zodat die na het wisselen niet bij je droge voorraad belandt.
5. Doe de vertrekcheck met alles aan
Trek je complete combinatie aan, inclusief schoenen en rugzak. Buig, maak een hoge stap en reik naar de sluitingen. Pas ook je pauzelaag over de kleding die je eronder wilt dragen. Knelt iets, verander de combinatie nu.
Open daarna je rugzak alsof je onderweg stopt: kun je bij je pauzelaag zonder de droge reserve op de grond te leggen? Deze controle zegt iets over pasvorm en bereikbaarheid. Hoe de kleding tijdens lopen en regen bevalt, moet onderweg blijken. Pas daarom ook na vertrek aan.
Veelgestelde vragen
Moet je een thermobroek onder je wandelbroek dragen?
Dat hoeft niet standaard. Kies een onderlaag als je extra warmte nodig hebt en controleer of de combinatie prettig beweegt. Houd ook ruimte voor een regenbroek als je die wilt gebruiken.
Kun je wandelen in een gewone winterjas of donsjas?
Beoordeel wat je erin kunt aanpassen. Een warme jas kan bruikbaar zijn bij rustig bewegen of pauzeren, maar tijdens stevig lopen te warm worden. Met losse lagen kun je de isolatie afzonderlijk wegnemen.
Hoeveel lagen heb je nodig tijdens een winterwandeling?
Er is geen vast aantal voor iedereen. Verdeel de functies over kleding voor lopen en extra isolatie voor pauzes. Kijk onderweg opnieuw naar je behoefte, vooral nadat je weer bent gaan lopen.
Wat doe je met natte kleding onderweg?
Wissel waar nodig met de droge reserve die je hebt meegenomen, op een geschikte beschutte plek. Berg natte kleding apart op. Controleer vóór vertrek of je reserve bereikbaar is en droog verpakt zit.
