Verkeerde nordic wandelstokken merk je pas na een uur lopen. Je polsen klagen, je loopt scheef, en het plezier zakt weg als de batterij van je telefoon op een lange route. Dit zijn de vier dingen die het verschil maken, zodat je het meteen goed doet.
1. Materiaal
De keuze in materiaal bepaalt hoeveel je stokken wegen en wat ze kosten. Grofweg zijn er drie opties.
Aluminium is het meest verkochte materiaal en dat is niet voor niets. Het is stevig, betaalbaar en gaat jaren mee. Het nadeel is gewicht: aluminium stokken zijn zwaarder dan carbon. Merk je dat bij een uurtje wandelen? Nauwelijks. Op een lange dagtocht of meerdaagse route? Dan ga je het voelen in je armen.
Carbon is lichter en trilt minder mee bij elke stap, wat op lange routes merkbaar scheelt in vermoeidheid. De prijs is hoger, maar voor wie regelmatig wandelt, is het een investering die je terugverdient in comfort.
Carbon-glasvezel mix zit daar tussenin: lichter dan aluminium, goedkoper dan pure carbon. Een verstandige middenweg als je niet het budget hebt voor het beste, maar wel bewust voor lichtgewicht kiest.
Pro Tip: Kies aluminium als je net begint of af en toe wandelt. Kies carbon als je weet dat nordic walking een vast onderdeel van je routine wordt.
2. Lengte
Een stok die te lang of te kort is, verstoort je loophouding. Dat merk je na een paar kilometer. De vuistregel: vermenigvuldig je lichaamslengte met 0,66. Bij 1,75 m kom je dan uit op ongeveer 115 cm.
Dat getal is een startpunt, geen absolute waarheid. Op helling wandel je met kortere stokken bergop, langere bergaf. Verstelbare stokken zijn daarvoor de logische keuze, zeker als je op gevarieerd terrein loopt of de stokken met iemand anders deelt.
Vaste stokken zijn iets lichter en steviger, maar alleen zinvol als je altijd op vlak terrein wandelt en de maat precies klopt. Opvouwbare stokken zijn handig als je ze wilt meenemen in een rugzak of koffer, maar controleer of het vergrendelsysteem stevig genoeg is voor dagelijks gebruik.
3. Handgreep en polsband
De handgreep is het enige punt van contact tussen jou en de stok, maar het verdient meer aandacht dan het vaak krijgt.
Kurk is de beste keuze voor lange tochten. Het materiaal absorbeert vocht, vormt zich licht naar je hand en voelt prettig aan, ook na uren. Bij warm weer kan het wat klam worden.
Schuim is licht en zacht, maar slijt sneller. Goed voor kortere wandelingen, minder geschikt als je intensief traint.
Rubber isoleert goed tegen kou en is de beste keuze voor winterwandelingen. In de zomer minder prettig, want rubber ademt niet.
De polsband moet soepel om je pols zitten, niet strak. Het idee is dat je de stok bij de afzetbeweging even loslaat: de band houdt hem dan vast. Als je de hele tijd knijpt, vermoei je je handen onnodig.
4. Voetjes
Het voetje is het deel dat de grond raakt, en de juiste keuze hangt af van de ondergrond.
Op onverhard terrein gebruik je de metalen punt: die grijpt goed in zand, aarde en gras. Op asfalt, klinkers of tegels zet je een rubberen dopje over de punt. Dat beschermt het metaal en voorkomt lawaai en slijtage. Op sneeuw of los zand voeg je sneeuwschijven toe, zodat de stok niet wegzakt.
Kies bij voorkeur stokken met verwisselbare voetjes. Dan pas je ze aan op het terrein in plaats van dat je meerdere paren stokken nodig hebt.
Pro Tip: Controleer de voetjes voor elke wandeling. Ze zitten soms losser dan je denkt, zeker bij goedkopere modellen.
Klaar om te kiezen?
Weet je wat je zoekt, maar wil je weten welke stokken wij zelf aanraden? We hebben de vijf beste nordic walking stokken van dit moment getest en eerlijk beoordeeld, inclusief plus- en minpunten per model.
Bekijk onze koopgids: de beste nordic walking stokken van 2026.